Ventilatie

De meeste, in de handel verkrijgbare apparaten voor ruimteventilatie, worden geleverd met een geïntegreerde bedieningseenheid. Met Synco™ living regelt u ventilatietoestellen met maximaal 3 toerentaltrappen. Hieronder treft u een aantal voorbeelden op het gebied van ventilatie met Synco™ Living.

Ventilatiesysteem

De luchtkwaliteitssensor en de luchtvochtigheidssensor voor de binnenlucht moeten in een referentieruimte worden gemonteerd. Wanneer de sensoren in het kanaal voor de afgezogen lucht zouden worden geplaatst en de ventilatie-eenheid wordt uitgeschakeld, dan zou de luchtstroom wegvallen, waardoor de regeling wordt bemoeilijkt. Per complex kan maximaal 1 sensor worden geïnstalleerd.

Apparaten

  • Centrale QAX910 (1)

  • Multicontroller RRV934 (19)

  • Luchtvochtigheidssensor (20)

  • Luchtkwaliteitsensor (21)


Voor meer informatie raadpleegt u de Synco living-applicatiefolder

Nachtkoeling

Bij het gebruik van de functie "nachtkoeling" wordt er in de zomer koele nachtlucht binnengelaten. Gedurende deze periode, voorkomt een luchtklep (omloop) in het ventilatietoestel dat de koude buitenlucht in de warmtewisselaar wordt opgewarmd door de afgezogen, warme lucht.

Apparaten

  • Ccentrale QAX910 (1)

  • Ruimtebedieningseenheid QAW910 (2)

  • Ruimtetemperatuuropnemer QAA910 (3)

  • Meteosensor QAC910 (14)

  • Multicontroller RRV934 (19)


Voor meer informatie raadpleegt u de Synco living-applicatiefolder

Integratie van de afzuigkap

De centrale geeft de afzuigkap uitsluitend vrij, wanneer een venster vlakbij de keuken geopend is, waardoor de vorming van onderdruk in het complex wordt voorkomen.

Apparaten

  • Centrale QAX910 (1)

  • Raamschakelaar AP260 (16)


Voor meer informatie raadpleegt u de Synco living-applicatiefolder