Toebehoren

Eén serie uniforme toebehoren van het 5ST programma kan worden toegepast op alle 5SY en 5SP installatie-automaten.

Een hulpcontact geeft de standindicatie van de automaat weer. Wanneer een uitschakeling optreedt als gevolg van een overstroom- of kortsluiting, dan signaleert het alarmcontact deze fout.

Nulspanningsspoelen worden in NOOD-UIT circuits toegepast om te garanderen dat een automaat direct wordt uitgeschakeld bij een nood-uitschakeling en waarborgt bovendien de scheiding van het stuurstroomcircuit volgens EN 60204.  Bij een te lage stuurspanning of het ontbreken van de stuurspanning wordt de automaat direct uitgeschakeld of wordt voorkomen dat de automaat ongewenst weer inschakelt.

Uitschakelspoelen worden gebruikt om de installatie-automaat op afstand uit te schakelen.

Motorbediening wordt toegepast om op afstand de installatie-automaat in en uit te schakelen. Ook kan de motorbediening toegepast worden om aardlekblokken op afstand in te schakelen. De motorbediening kan ook manueel in en uitgeschakeld worden.
Bij onderhoudswerkzaamheden wordt de motorbediening geblokkeerd, zodat ongewenst inschakelen van de installatie-automaat wordt voorkomen.

De voordelen op een rij:

  • Communicatie is mogelijk via bussystemen, zoals instabus KNX, AS-Interface en PROFIBUS

  • Metalen “niet verliesbare” vergrendelingen zorgen ervoor dat de toebehoren snel en eenvoudig aan de installatie-automaten bevestigd kunnen worden

  • Hulpcontacten (AS)
    Brede toepasbaarheid door verschillende uitvoeringen. Speciaal type hulpcontact voor kleine stromen en spanningen voor bijvoorbeeld koppeling met de PLC volgens EN 61131-2

  • Motorbediening (RC)
    De motorbediening heeft een bedieningskeuze in “vergrendeld”, “Manuele bediening” en “op afstand bediening”. De motorbediening kan worden voorzien van een vergrendeling om ongewenste inschakeling te voorkomen